Dat veld is te klein!

Ik schrijf het al een hele tijd. Dat veld is te klein. En dat net hangt te hoog maar daar gaat het nu even niet om. De afmetingen van dat veld, daar heb ik nu eindelijk onomstotelijk bewijs voor. Want op moment van schrijven doet Kiki Bertens Roland Garros. Wat dat ermee te maken heeft? Vanavond op TV zag ik een stukje over Kiki op het Journaal. Kiki gaat geweldig. Dat mag ook wel want de afgelopen paar jaar speelde ze zoals ik. Als een natte krant. Maar nu dus niet meer, zo meldt de verslaggever. Nieuwsgierig als ik ben kijk ik naar de beelden. Op zoek naar Kiki. Nergens te bekennen. Toch zou ze ergens moeten zijn. Nog eens goed kijken. Niks, nakkes, nada. Oh wacht, ze staat zes meter achter de baseline. Minstens. En vandaar doet ze die ballen. Niet af en toe, nee, de hele tijd! Zie je nou wel dat die velden van ons te klein zijn! Daar moet gewoon zes meter bij. Minimaal. Aan twee kanten uiteraard. Alhoewel, als het alleen aan mijn kant is zou ik dat wel comfortabel vinden. Dat Kiki zo ver weg staat is ook lastig voor die tegenstandster want die zie ik knijpen met haar ogen. Logisch natuurlijk. Zou ik ook doen. Een dag later op onze eigen baan besluit ik dat eens te proberen. Gewoon zes meter achter die baseline. Dat gaat niet! Dan moet ik achter het hek gaan staan. Tussen de brandnetels. Waar trouwens nog een nieuwe bal van mijn maat zou moeten liggen. Hij heeft het zo gelaten. Beetje zwak. Hoe moeilijk is het om even die brandnetels opzij te houden? Ik vind dat ze die ontwerper van die banen voor de rechter moeten slepen. Goed. Zes meter lukt dus niet. Ik heb het niet precies nagemeten maar met vier meter kom je ook een eind. En daar sta ik dan. Met mijn rug tegen het hek. “Wat ben je aan het doen?”, vraagt mijn tennismaat. “Tennissen”, roep ik terug. “Jawel, maar waarom sta je zo ver weg?”. “Dat heb ik van Kiki geleerd!”. Het kan maar duidelijk zijn. Mijn maat slaat maar raakt de bal niet lekker. Het ding ploft met een pisboog net over het net. Ik ren me de tandjes naar voren en zie kans de bal een zaaier te geven. Die vervolgens ergens in de buurt van het derde honk bij Euro Stars op de grond ploft. Er staat niemand op dat honk dus de kans dat ik hem terugkrijg is nul. Jammer. “Lopen en slaan gaat niet tegelijk!”, brult mijn maat. Goedbedoelde adviezen. Zo irritant. Ik weet wat ik fout doe. Al jaren. Dat hoeven die snotneuzen echt niet te roepen. Van een leraar neem ik het wel aan, daar betaal ik tenslotte dik voor, maar van figuren die zelf Wimbledon ook niet gered hebben? Sla die bal dan zodat ik erbij kan zeikteil! Ik zeg het niet, ik denk het. Kiki hoeft ook niet zo ver te rennen. Die heeft een tegenstandster die daar rekening mee houdt. Die slaat gewoon een beetje harder. Waarom kan dat dan bij ons niet?

Toch maar eens die bal gaan zoeken. Als de brandnetels weg zijn.

Ron Putting