Het is net een waslijn

Het is geen ponem. Echt niet. Ik sta op de rokersplek voor de deur met Lisette en Henk de stand van zaken door te nemen. Ik rook niet. Dan mis je best een hoop. Want het echte leven wordt altijd besproken door rokers op rokersplekken. En als je dan retesaai achter je buro op je krent blijft zitten… Zo komt het dat mijn oog valt op die twee vlaggen. Vooraan bij het terras. Ze hangen erbij als de onderbroeken van ome Sjaak na een lang leven vol drank, vrouwen en ontberingen. Dat is ironisch bedoeld want ome Sjaak heeft nooit een druppel gedronken. En met die ontberingen valt het ook wel mee. Alhoewel, ome Sjaak woont op Rotterdam-Zuid. Dat is toch wel een dingetje. Want Rotterdammers beneden de Maas zijn geen echte Rotterdammers. Maar ik dwaal af. “Die vlaggen doen me denken aan een waslijn met ondergoed”, merk ik op, terwijl ik met mijn hoofd in de wolken sta. Lisette schiet in de lach. “Da’s een leuk onderwerp voor je blog”, zegt ze. Bij deze. Men vraagt en wij draaien.

Het is woensdagavond. Labelavond. Het is prima weer. Geen zuchtje wind. Da’s prettig met tennissen, geen wind. Het is druk. Sodemieters. De tafel is te klein voor alle kaartjes. Een week eerder is er een nieuwsflits uitgegaan om de mensen te attenderen op de labelavonden. Dat heeft blijkbaar geholpen. Het maakt dat ik de tweede ronde even moet overslaan. Drie kwartier koffiedrinken. Op de rokersplek. “Lastig, die nieuwe kaartjes”, zegt Lisette. “Er staat geen speelsterkte meer op.” Voor mij is dat winst. Op dat vorige kaartje stond dat ik negen ben. Was het maar waar. De lokale kapper heeft al twintig jaar geen cent meer aan mij verdiend en die spiegel ‘s-morgens vroeg maakt me ook niet vrolijker. Maar in de context die Lisette bedoeld is het helaas waar, die negen. En eigenlijk ook weer niet want inmiddels weet ik die ballen toch best aardig te raken. De rating wordt alleen berekend als je in één of andere officiële competitie partijen wint. Ik speel geen competitie en dus blijf ik negen. Totdat ik dood neerval achter mijn rollator. Hoe dan ook, het kaartje geeft het niet meer aan. Dat betekent voor Lisette en Patrick dat ze in veel gevallen niet meer weten welke kwaliteiten ze bij elkaar leggen. Ja, de vaste labelaars, die kennen ze wel. Maar als er veel nieuwe mensen zijn, zoals vanavond…

Eigenlijk is het prima, dat puzzelen. Dat er zomaar een Federer (buitencategorie) tegen tante Nel (iets van tachtig) op de baan komt te staan. Want labelen is bedoeld om iedereen tegen iedereen te laten spelen. Om mensen met andere mensen te laten kennismaken. Om andere leden van de club te leren kennen. Een sociaal dingetje, dus. Gezelligheid staat voorop. Er moet gelachen kunnen worden. Niet iedereen snapt dat. Er zijn er die komen om bloedfanatiek een flitsende pot te spelen en de winst weg te slepen. Dat mag. Maar daar gaat het dus niet om.  Zeker, die Federer zal zich de tandjes staan te vervelen. Die verstuurt een serie appjes naar vrouw en kinderen terwijl hij de ballen tussen zijn benen door wegtikt. Die staat al op de goede plek nog voor tante Nel de bal geslagen heeft. Maar reken maar dat tante Nel een topavond heeft! Die loopt de baan rond met blosjes op de wangen! En als ze een punt scoort, omdat Federer op het moment suprème toevallig net op zijn mobiel staat te kijken en op Send drukt, reken maar dat tante Nel dan haar hoogtepunt bereikt. Dat moet haar theekrans de komende twintig jaar aanhoren. Iedere keer weer. En een andere keer zorgen Patrick en Lisette ervoor dat Federer iemand van z’n eigen sterkte tegenover zich krijgt. Die hebben we vast wel. Ergens. Ik doe mijn best.

Inmiddels, op moment van plaatsen van dit verhaal, zijn de vlaggen vervangen door strakke, gesteven varianten. Ruud Gruson heeft zijn onderbroek ook verwijderd. Da’s dan weer jammer.

Ron Putting